Wat kan gedragsverandering ons leren over zelfsturende teams?
Triade-model van Poiesz
Theo Poiesz (hoogleraar Economische Psychologie) ontwikkelde het Triade-model. Het is een instrument waarmee gedrag kan worden verklaard, voorspeld en beïnvloed.
Hij ontdekte dat drie factoren* bepalend zijn voor het veranderen van gedrag:
1. Motivatie: de mate waarin de persoon een doel wenst te bereiken, of interesse heeft voor specifiek gedrag.
2. Capaciteit: de mate waarin de persoon zelf over de eigenschappen, vaardigheden of instrumenten beschikt om specifiek gedrag uit te voeren. Mentale (bijv. kennis)- Fysieke (bijv. kracht) – Financiële – Materiële capaciteit (hulpmiddelen of instrumenten)
3. Gelegenheid: de mate waarin de buiten de persoon gelegen omstandigheden bevorderend of remmend werken op specifiek gedrag.
Geef deze factoren een score (van 0 tot 100%) en zet ze in de formule. Dus bijvoorbeeld 50% motivatie is 0,5.
T-score = M (otivatie) x C (apaciteit) x G (elegenheid)
Factor 1 : motivatie : gedrag willen vertonen
Motivatie is de mate waarin de persoon interesse heeft voor (het resultaat van) gedrag X. De mate waarin iemand gemotiveerd is om gedrag X te vertonen wordt bepaald door de optelsom van aspecten die iemand aanspreken én afstoten in gedrag X.
Is de innerlijke drang van mensen groot genoeg om het ene gedrag te verkiezen boven het andere? Verlangen we er bewust of onbewust eigenlijk wel naar? Willen mensen echt graag (meer) werken in zelfsturende teams? En hoe kun je dit beïnvloeden?
Factor 2: Capaciteit: gedrag kunnen vertonen
Capaciteit is de mate waarin de persoon zelf over eigenschappen, vaardigheden en instrumenten beschikt om gedrag X uit te voeren. Ook hier gaat het om een combinatie van factoren die samen de totale capaciteit bepalen. Poiesz onderscheidt vier soorten capaciteiten: mentale (bijvoorbeeld kennis en denkniveau), fysieke (zoals kracht), financiële en materiële capaciteit (hulpmiddelen of instrumenten, zoals machines en apparaten).
Factor 3: Gelegenheid: omstandigheden die het gedrag mogelijk maken
Gelegenheid betreft de mate waarin, de buiten de persoon gelegen omstandigheden, bevorderend of remmend inwerken op gedrag X. De elementen die Poiesz onderscheidt met betrekking tot gelegenheid zijn fysieke (bijvoorbeeld de grootte van een ruimte), materiële (de kwaliteit van instrumenten), weers-, maatschappelijke en sociale omstandigheden en de hoeveelheid beschikbare tijd.
De uitkomst is het waarschijnlijkheidspercentage van de gedragsverandering /dat persoonlijke doel wordt bereikt.
De theorie van dit model gaat er van uit dat elk van de drie factoren tenminste in een redelijke mate aanwezig moet zijn om gedrag te kunnen vertonen dan wel gedrag te kunnen veranderen. Dat betekent dat wanneer één van de factoren laag scoort, de totale uitkomst laag zal zijn. Wanneer één van de factoren 0,0 is, zal het gedrag zeker niet plaatsvinden hoe hoog de andere scores ook zijn.
Voorts zitten er 2 wetmatigheden verborgen in het model :
- Capaciteit en Gelegenheid hebben de neiging zich aan te passen aan de Motivatie. Dus hoewel Motivatie geen andere waarde in de formule heeft dan de andere twee, is motivatie wel leidend. Een hoge motivatie om te willen veranderen blijkt vrijwel steeds een sterk punt bij gewenste gedragsverandering.
- Als Capaciteit en Gelegenheid allebei erg laag scoren, heeft Motivatie de neiging zich daarnaar te voegen en neemt dus af.
Wat kunnen we er mee?
Poiesz wil met dit model inzichtelijk maken hoe gedrag op succesvolle wijze beïnvloed kan worden en hoe foutieve beslissingen kunnen worden voorkómen. En dus ook waar de hefboom zit naar succesvolle gedragsverandering.
Enkele suggesties om er mee aan de slag te gaan :
- Schat voor de 3 factoren in hoe hoog ze zijn. Dat mag “ruw”.
- Kijk naar de 2 wetmatigheden. Waar ligt de hefboom?
- Op welke van de factoren heb je t meeste invloed? Focus je daarop.
- Bedenk strategieën om een factor van gemiddeld naar hoog te brengen, en evenzeer om een factor van laag naar voldoende te brengen.
- Gelegenheid is vaak de sleutel die management in handen heeft. Welke omstandigheden kan je creëren die het gevraagde gedrag vergemakkelijken? (vb : als een team meer moet overleggen, kan je er voor zorgen dat iedereen op t zelfde moment beschikbaar is).
Meer lezen ?
Poiesz, T. B. C. (1999). Gedragsmanagement. Waarom mensen zich (niet) gedragen. Inmerc.