Jezelf kennen én elkaar beter verstaan

Wie zijn communicatiestijl afstemt op die van zijn gesprekspartner, heeft meer impact en krijgt zaken vlotter rond. Vul de vragenlijst in, lees je profiel en zie per stijl wat werkt — en wat niet.

Duur: ongeveer tien minuten. Je antwoorden blijven in je browser.

Start de vragenlijst
01

Wat DISC wel en niet zegt

DISC beschrijft hoe je je gedraagt en communiceert. Het is geen persoonlijkheidstest, geen diagnose en geen oordeel.

Het gaat over de buitenkant

DISC kijkt naar waarneembaar gedrag en manier van communiceren, niet naar je waarden, je motivatie of je talent.

Het is beschrijvend

Het model geeft verschillen in gedrag weer. Geen enkele stijl is beter dan een andere; elke stijl heeft kwaliteiten en valkuilen.

Mensen passen zich aan

Je gedraagt je thuis anders dan in een vergadering en blijft toch dezelfde. DISC beschrijft je natuurlijke voorkeursgedrag.

Stijlflexibiliteit

Schrijf je voornaam eens met je andere hand. Het lukt — alleen duurt het langer, kost het meer moeite en ziet het resultaat er anders uit dan gewoonlijk.

Precies dat is stijlflexibiliteit: met oefening en energie lukt het je steeds makkelijker om je stijl aan te passen, zonder dat je daarom iemand anders moet worden.

02

Twee assen, vier stijlen

Je gedrag en voorkeuren zijn een combinatie van twee dimensies: waar je aandacht naartoe gaat, en hoe je interactie aangaat.

Soort informatiewaar je aandacht naartoe gaat
Feiten. Formeel, onpersoonlijk, correct, taakgericht, analytisch, afstandelijk, objectief, resoluut, competitief, systemen.
Mensen. Informeel, persoonlijk, harmonieus, relatiegericht, voorkomend, betrokken, subjectief, zorgzaam, moreel.
Aard van interactiehoe je de ruimte inneemt
Rustig tempo, ruimte geven. Opmerkzaam, bedachtzaam, intiem, gereserveerd, voorzichtig, beschouwend, diepgang, naar binnen gericht.
Snel tempo, ruimte nemen. Spraakzaam, betrokken, gezellig, stralend middelpunt, uitgesproken, recht-door-zee, actiegericht, naar buiten gericht.

Kruis je beide assen, dan krijg je vier kwadranten. Elke stijl is meer of minder aanwezig in je eigen manier van doen. Die mix maakt je unieke interactiepatroon, bijvoorbeeld veel rood met een beetje blauw.

03

De vier stijlen in het kort

Wat elke stijl zoekt, waar ze goed in is, waar ze op vastloopt en waar ze allergisch voor is.

D — direct I — interactief S — stabiel C — consciëntieus
ZoektControleErkenningAcceptatieNauwkeurigheid
TalentBeheer, leiderschap, doelgerichtheidOvertuigen, enthousiasme, onderhoudendLuisteren, teamwerk, zaken afwerkenPlannen, systemen, integratie
UitdagingOngeduldig, ongevoelig, slechte luisteraarGebrek aan detail, korte concentratieboog, maakt zaken niet afOvergevoelig, komt langzaam op gang, houdt niet van veranderingPerfectionistisch, kritisch, niet responsief
AllergieInefficiëntie, besluiteloosheidRoutines, complexiteitOngevoeligheid, ongeduldWanorde, ongepastheid
BeslistBesluitvaardigSpontaanIn overlegPlanmatig

Herken je jezelf al ergens in? Hou je vermoeden even vast en kijk straks of de vragenlijst hetzelfde zegt.

04

Vragenlijst

Tien blokken van vier woorden. Geef per blok een 4 aan het woord dat jouw voorkeur het beste omschrijft en een 1 aan het woord dat er het minst bij past. De twee overblijvende woorden krijgen een 3 en een 2. Elk cijfer gebruik je één keer per blok: klik je een cijfer aan dat al bezet is, dan wisselen de twee woorden van plaats.

Antwoord op je eerste ingeving en denk aan je gedrag op het werk. Er zijn geen goede of foute antwoorden.

0 van 10 blokken ingevuld
06

De stijl van de ander lezen, live

Je kan niemand een vragenlijst laten invullen voor een gesprek begint. Twee vragen volstaan om snel een werkbare inschatting te maken.

  1. Boven of onder?

    Kijk naar de aard van de informatie en de structuur van het gesprek. Veel feitelijke informatie en argumenten, logica en structuur die overheersen, afstandelijk vertellen, ook over zichzelf: dat wijst naar boven (D of C).

  2. Links of rechts?

    Kijk naar de snelheid en de actiegerichtheid. Snel spreken, snel denken, snel handelen, vlot een mening geven en stellig communiceren: dat wijst naar rechts (D of I).

  3. Combineer

    Boven plus rechts is D, onder plus rechts is I, onder plus links is S, boven plus links is C. Welke stijl geeft de boventoon?

  4. Pas je gedrag aan

    Stem tempo, taal en structuur af. Hou het bij de grote lijnen: je hoeft geen ander mens te worden, wel een herkenbare gesprekspartner.

  5. Observeer wat er gebeurt

    Vergeet niet dat je inschatting een momentopname is in één bepaalde situatie. Toets ze aan de reactie die je krijgt.

  6. Bij een tegenvaller: verander iets

    Versterk wat goed liep en verander je gedrag waar je niet het gewenste resultaat kreeg. Meestal volstaat één aanpassing: trager, concreter of persoonlijker.

  7. Analyseer achteraf

    Wat werkte, wat niet? Zoek de rode draad over gesprekken en situaties heen. Daar zit je echte leerwinst.

07

Actieplan

Inzicht verandert niets; ander gedrag wel. Hou het klein en concreet genoeg om het deze week te doen.

Referenties. Gebaseerd op het werkboek “DISC — jezelf kennen én elkaar beter verstaan” van Elementair (training & coaching), DISC Insights gecertificeerd. Verder lezen: L. Seiwert en F. Gay, Uw persoonlijkheid ontwikkelen, Deltas (2008).

Deze vragenlijst is een zelfinschatting bedoeld voor leren en gesprek, niet voor selectie of beoordeling.